Spring naar content
Terug naar ervaringsverhalen

Het verhaal van Annie Vermeulen

"'Als je ineens niet meer weet wat je doet... ' "

‘Er is een klik in je hoofd. Je begint helemaal te verstijven. En dan weet je niet meer wat je doet.’ Zo beschrijft Annie Vermeulen (54) de aanvallen die ze heeft door dissociatie, een psychiatrische aandoening die haar bewustzijn tijdelijk ‘overneemt’. Een beangstigend fenomeen waarmee ze heeft moeten leren leven, met hulp van de mensen om haar heen.

Het meest ingrijpend was een aanval in juni dit jaar: ‘Ik had een gat van vier dagen in mijn geheugen. Ik kwam bij op de gesloten afdeling in Woerden waar ze me vertelden dat ik ook twee dagen op de IC had gelegen. Ik wist er niks meer van.’ De aanvallen komen voort uit een verleden van misbruik en mishandeling, waar ze al als jong kind mee geconfronteerd werd. Ervaringen die zó traumatisch waren, dat ze helemaal in zichzelf keerde. ‘Vroeger was dat een manier van overleven maar nu zit het me in de weg.’

De invloed van mensen om je heen

De aanvallen, die nog wekelijks voorkomen, verlopen nooit hetzelfde. ‘Soms ga ik van alles doen in huis, waar ik later niks meer van weet. Of ik hoor stemmen die me zeggen wat ik moet doen. Wie weet wat ik doe? In juni heb ik een lading pillen geslikt.’ Dat voorval bleef in de buurt niet onopgemerkt. ‘Mensen snapten het niet,’ merkte ze. ‘Ze dachten dat ik suïcidaal was, omdat ik pillen had geslikt. Dat vind ik erg. Ze begrijpen niet dat je op zo’n moment niet jezelf bent. Bewust te veel pillen nemen, dat zou ik mijn kinderen nooit aandoen.’ De onwetendheid en oordelen over haar psychiatrische aandoening in de omgeving houden Annie soms langer binnenshuis dan goed is.

Leren leven met een psychiatrische aandoening

Toch heeft Annie de laatste jaren steeds beter leren leven met haar psychiatrische aandoening. Zo herkent ze wat de trigger van een aanval is. Bijvoorbeeld iets op tv, een onverwachte aanraking of verlies van structuur. Ook kan ze nu vaak een aanval voorkomen. Daarvoor houdt ze altijd drie dingen bij zich: ‘Dit stressballetje pak ik als eerste als ik iets voel aankomen,’ begint ze, ‘daarna pak ik mijn fotoboek.’ Het zien van haar (klein)kinderen brengt vaak haar wilskracht terug. Helpt dit ook niet, dan pakt ze haar telefoon en belt ze Lister. Iets dat van wezenlijk belang is om niet verder weg te zakken. ‘Soms lukt het gewoon even niet en moet je begeleider je er weer even bij sleuren. Dan geef ik alle regie uit handen, terwijl ik dat eigenlijk helemaal niet wil.’

Maar ook als de nood niet zo hoog is, heeft Annie regelmatig contact met haar begeleider bij Lister. Samen praten ze over hoe het gaat en bewaken ze de dagstructuur. Bezig zijn is voor Annie erg belangrijk. Inmiddels begeleidt ze een breiclub in buurthuis Markant en fitnest ze twee keer in de week. Dat combineert ze met therapie om stukje bij beetje haar trauma’s aan te pakken. Het netwerk van betrokkenen, zoals haar kinderen, Lister, de huisarts, Altrecht en de achterburen waarbij ze altijd terecht kan, geven haar vertrouwen in de toekomst. Ze is tevreden met wat ze al heeft bereikt. ‘Vroeger voelde ik mij net een totempaal waar iedereen tegenaan kon trappen. Dat is niet meer zo. En al moet ik het nu met minder geld doen, ik ben wel gelukkiger.’