Terug naar ervaringsverhalen

Het verhaal van Els Adriaansen

"Ik ben achteraf heel blij dat ik beschermd ben gaan wonen"

Els Adriaansen had vroeger een gewoon gezin met drie kinderen. Na de scheiding verzorgde ze haar kinderen alleen en af en toe werd het haar teveel. Dan werd ze opgenomen. Nu gaat het beter met Els. Ze woont in een gezellig appartement in Nieuwegein. Haar muren zijn behangen met foto’s van haar kleinkind. ‘Ik wist niet dat het zo leuk was om oma te zijn’.

Het begon met een ernstig auto-ongeluk van haar tweelingbroer. ‘Op dat moment kwamen er bij mij trauma’s naar boven’, vertelt Els. ‘Een jaar daarna kreeg ik psychische klachten en in 1997 ben ik vier maanden op de PAAZ in Overvecht opgenomen. Ik sliep slecht en had angsten.’

Santiago de Compostela

‘In 2007 belandde ik in een psychose. Ik werd manisch. Ik zag het niet meer zitten, maar was er tegelijkertijd van overtuigd dat ik de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela moest fietsen en daar van de brug zou afspringen. Ik vertelde het mensen in de bus, gewoon op straat. Ik kon niet meer stoppen met praten. Ik heb wekenlang niet geslapen. Af en toe even een dutje op de bank. Ik wilde niet opgenomen worden en liep steeds weg. Ik ben uiteindelijk met een Rechtelijke Machtiging opgenomen. Die opname duurde vijf jaar. Die lange duur zorgde ervoor dat ik steeds opstandiger werd. Toen ik mijn medicatie innam, ging het wel wat beter.’
Els wilde niet naar Beschermd Wonen, maar kwam daar uiteindelijk toch terecht.

Huis kwijt

‘Twee jaar nadat ik opgenomen was raakte ik mijn huis kwijt omdat ik er nooit was. Ik heb toen samen met mijn maatschappelijk werkster en de kinderen het hele huis leeggehaald.‘ Els had het zwaar in die periode en voelde geen gelijkwaardig contact met haar kinderen. ‘Ik was een hoopje ellende geworden. Mijn kinderen waren mijn verzorgers. Ik liep steeds weg en deed vreemde dingen. Zo had ik een keer een nacht slecht geslapen en naar gedroomd en stond ik die avond overstuur bij mijn dochter voor de deur. Ik had toen nog niet het idee dat dat absoluut niet kon. Uiteindelijk moest ik wachten op een huis van Lister. De wachttijd was anderhalf jaar. Ik kwam samen te wonen in een appartement met iemand die ik niet kende. Ik had een zit/slaapkamer en deelde mijn badkamer, toilet en keuken.’

Geen begeleiding meer

Nu gaat het goed met Els. Het liefst wil zij weer een eigen huisje zonder begeleiding van Lister, want waar zij nu woont is ook beschermd. ‘Maar dat vindt mijn omgeving wel lastig hoor! Ze vinden het fijn dat het goed gaat en willen het liefst dat ik de begeleiding aanhoudt voor het geval het minder goed met me zou gaan’. En dat vindt Els onzin: ‘Ik ga toch nu ook niet in het ziekenhuis liggen omdat ik morgen misschien ziek word?’ Els gaat nu voor een driekamerappartement, zodat ze een plek heeft voor logees. ‘Ik zeg niet dat ik nooit meer ziek word, maar het gaat nu goed en ik wil een zo normaal mogelijk leven leiden met mijn kwetsbaarheden. Bovendien ben ik achteraf heel blij dat ik beschermd ben gaan wonen. Dat ik weer de kans heb gekregen om mijn eigen ik terug te vinden en te ontwikkelen. Met ups en downs en begeleiding waar nodig. Zodat ik weer de rol als moeder en ook van oma kan oppakken. Dat is me heel veel waard’.